‘Hoe zou het zijn, vroeg ik me af, om die laatste veertig meter naar de elektrische stoel te lopen, wetend dat je daar zult sterven? En hoe zou de man zich voelen die de veroordeelde op de stoel moet vastsjorren, of de man die de schakelaar overhaalt?’ – Stephen King –
Het verhaal draait om gevangenisbewaarder Paul Edgecomb en een heel speciale gevangene die in de dodencel zit. In alle jaren dat Edgecomb al hoofdwachter is over de afdeling van dodencellen, heeft hij nog nooit iemand meegemaakt als John Coffey. Coffey is een reusachtige, maar dan ook werkelijk reusachtige kerel, die veroordeeld is tot ‘de stoel’ omdat hij twee meisjes vermoord zou hebben. Edgecomb krijgt echter bedenkingen over de schuld van Coffey. Zo groot en sterk als de man is, zo zachtaardig en schuchter is zijn karakter. Coffey durft niet in het donker te slapen en verzorgt een muisje in zijn cel met bewonderenswaardige tederheid. Afgezien van zijn karakter beschikt Coffey over bovennatuurlijke krachten. Bewaker Edgecombe kan niet geloven dat zo’n man de dood in wordt gestuurd. In de loop van het verhaal komt Edgecomb erachter dat wonderen op de meest maffe plekken kunnen voorkomen.

Originele titel: The green mile
Auteur(s): Stephen King
Jaartal eerste uitgave: 1996
Uitgebracht in Nederland als: E-Book, hardcover, paperback, pocket
Verhalenbundel: Nee
Binnenschrift:  Ja (alleen bij de hardcover)
Nominatie(s): Ja
Verfilmd: Ja


Het boek/verhaal is uitgegeven met de volgende covers:
(Klik op de afbeeldingen voor de volledige cover)

Deel 1:
90-245-2753-8
Poema
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1996
Deel 2:
90-245-2654-X
Poema
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1996
Deel 3:
90-245-2664-7
Poema
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1996
Deel 4:
90-245-2674-4
Poema
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1996
Deel 5:
90-245-2684-1
Poema
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1996
Deel 6:
90-245-2694-9
Poema
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1996
6 in slipcase
90-245-0947-5
Poema
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1997

90-245-0278-0
Paperback
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1998

90-245-0278-0
Paperback-ECI
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 1998

90-245-3406-2
Paperback
Luitingh-Sijthoff
9e druk – 2000
 
90-245-4094-1

Poema
Luitingh-Sijthoff
10e druk – 2001
90-245-4094-1

Poema
Luitingh-Sijthoff
13e druk – 2003

978-90-245-4094-5
Poema
Luitingh-Sijthoff
16e druk – 2007

978-90-245-3181-3
E-Book
Luitingh-Sijthoff
2011

978-90-245-6143-8
Hardcover
Luitingh-Sijthoff
1e druk – 2012
   
978-90-245-7832-0
Paperback POD
Luitingh-Sijthoff
2017
 xxxxxxxxxxxxxxxx

Informatie over diverse uitgaven:
In 1996 kwamen de losse deeltjes een voor een uit. Aansluitend bleek er ook een slipcase te koop te zijn geweest waarin de zes deeltjes passen, en is de slipcase ook met de deeltjes erin te koop geweest. Deze is vrij zeldzaam.

De paperback met ISBN nummer 90-245-0278-0 is ook uitgegeven als gelimiteerde editie van de ECI. Die informatie vind je dan op het titelblad terug.

In verband met het 10-jarig bestaan van Stephen King Fanclub Nederland in 2012, is een speciale verchroomde boekenlegger ontworpen waarop het nieuwe clublogo geprint is. Bij deze boekenlegger werd één van de 300 stuks gelimiteerde, hardcover in groen linnen uitvoering van de groene mijl bijgeleverd. En als extraatje is bovendien een losse kaart meegeleverd waarop het nieuwe logo te zien is en het nummer nog eens vermeld wordt.

Begin 2014 leek het er even op dat er een ‘vintage’ uitgave met ISBN nummer 978 90 245 6369 2 van The green mile zou komen. Deze is nooit uitgebracht omdat de boekhandels er in de pre-order niet voldoende bestelden omdat de vraag hiernaar niet aanwezig was.

Het E-Book had eerst deze cover (rechts) in 2011, maar werd in 2017 vervangen voor dezelfde als die van de POD uitgave.

 


Het begin van het verhaal gaat als volgt:
De twee dode meisjes (De groene mijl 1)
Dit verhaal speelt zich af in 1932, toen de gevangenis van onze staat in Cold Mountain was en uiteraard bevond de elektrische stoel zich daar toen ook. De gedetineerden maakten grappen over de stoel, zoals mensen altijd grappen maken over onontkoombare dingen die hen bang maken. Ze noemden hem ‘Old Sparky’ of ‘Big Juicy’. Ze maakten grappen over de elektriciteitsrekening, en over directeur Moores die dat najaar zelf zijn Thanksgivingdiner moest klaarmaken omdat zijn vrouw Melinda daar te ziek voor was. Maar degenen die in die stoel moesten gaan zitten, verging het lachen al gauw.

De muis (De groene mijl 2)
Het verzorgingstehuis waar ik de puntjes op de i zet, heet Georgia Pines. Het is zo’n honderd kilometer van Atlanta vandaan en ongeveer tweehonderd lichtjaren van het leven zoals de meeste mensen – laten we zeggen, mensen onder de tachtig – het leiden. Jij die dit leest, moet oppassen dat er voor jou niet zo’n tehuis in het verschiet ligt. Niet dat het er hier wreed toe gaat, tenminste in het algemeen niet. Er is kabeltelevisie, het eten is goed (al kun je nog maar verrekte weinig kauwen), maar in feite zit je hier net zo goed in een dodencel als destijds in blok E in Cold Mountain.

Coffey’s handen (De groene mijl 3)
Als ik doorblader wat ik al heb geschreven, zie ik dat ik Georgia Pines, waar ik nu woon, een verpleeghuis heb genoemd. De mensen die hier de leiding hebben, zouden daar niet erg blij mee zijn! Volgens de brochures die ze in de hal hebben liggen en naar potentiële cliënten sturen, is het een ‘moderne residentie voor ouderen’. Er is zelfs een ontspanningscentrum’, staat in de brochure te lezen. De mensen die hier moeten wonen (de brochure noemt hen geen ‘gedetineerden’, maar ik soms wel) noemen het gewoon de televisiekamer.

De vreselijke dood van Eduard Delacroix (De groene mijl 4)
Naast dit relaas houd ik sinds ik in Georgia Pines ben een klein dagboek bij. Het stelt niet veel voor, een paar alinea’s per dag, vooral over het weer. Vanavond heb ik het nog eens doorgekeken. Ik wilde zien hoe lang het precies geleden was dat mijn kleinkinderen, Christopher en Lisette, me min of meer dwongen om naar Georgia Pines te verhuizen. ‘Voor je eigen bestwil, opa’, zeiden ze. Natuurlijk zeiden ze dat. Dat zeggen mensen toch meestal als ze eindelijk een manier hebben gevonden om verlost te worden van een probleem dat loopt en praat?

Nachtreis (De groene mijl 5)
H.G. Wells heeft eens een verhaal geschreven over een man die een tijdmachine uitvond, en ik heb ontdekt dat ik met het schrijven van deze memoires mijn eigen tijdmachine heb gecreëerd. In tegenstelling tot die van Wells kan mijn machine alleen naar het verleden teruggaan – terug naar 1932, om precies te zijn, toen ik hoofd cipier van blok E van de strafinrichting Cold Mountain was – maar hij werkt griezelig goed. Toch doet hij me denken aan het oude Ford-je dat ik in die tijd had. Je kon erop rekenen dat het uiteindelijk zou starten, maar je wist nooit of het omdraaien van het sleuteltje genoeg was om de motor aan de praat te krijgen of dat je er weer uit moest om hem aan te zwengelen tot je arm zowat van je romp viel.

Coffey op de mijl (De groene mijl 6)
Ik zat in de serre van Georgia Pines. Ik had mijn vaders vulpen in mijn hand en zonder me bewust te zijn van het verstrijken van de tijd haalde ik me weer de nacht voor de geest waarin Harry en Bruut en ik John Coffey van de mijl weghaalden en naar Melinda Moores brachten om te proberen haar leven te redden. Ik heb al geschreven hoe we William Wharton, die zich als de op aarde wedergekeerde Billy the Kid beschouwde, hadden verdoofd; ik heb geschreven hoe we Percy in het dwangbuis stopten en hem in de isoleercel aan het eind van de groene mijl gooiden; ik heb over onze vreemde nachtelijke reis geschreven, die tegelijk angstaanjagend en opwindend was, en over het wonder dat zich aan het eind van die reis voltrok. We zagen John Coffey die vrouw terughalen, niet van de rand van het graf, maar van de bodem daarvan, zo leek het ons.


Overige informatie:
We maakten een special van The Green Mile.

Nominaties:
• Nominatie Best Novel British Fantasy Society 1996
• Winnaar Best Novel Bram Stoker 1996

Verfilmd:
The Green Mile