De Satanskinderen (en andere verhalen)
 
Titel: De Satanskinderen

laatste uitgave

Originele titel: Night Shift
Verhalenbundel: Ja
Verhalentitels:









 
Voorwoord, De Satanskinderen (Children of the Corn), Ratten (Graveyard shift), De boeman (The Boogeyman), Doodtij (Nightsurf), De rozige lente (Strawberry spring), De richel (The Ledge), De patiënte van kamer 312 (The Woman in the Room), Een afzakkertje (One for the road), Twee maal twee is vier (Grey Matter), Soms keren ze terug (Sometimes they come back), De mangel (The Mangler), Ik ben de toegang (I am the doorway), Pastorale (Lawnmowerman), Afspraak met Norma (The man who loved flowers)
Vanaf de 5e (herziene) druk zijn ook de volgende verhalen opgenomen:
Jerusalem’s Lot (Jerusalem's Lot), Slagveld (Battleground), Trucks (Trucks), Stop ermee B.V. (Quitters inc.), Ik weet wat je wilt (I know what you need), De laatste laddersport (Last Rung on the Ladder)
Auteur(s): Stephen King
Jaartal eerste uitgave: 1976
Uitgebracht in Nederland als: paperback/pocket
Binnenschrift: geen
Nominaties: Nominatie voor Best Collection bij World Fantasy 1979
Verfilmd:


 
Children of the Corn, Graveyard Shift, Quitters Inc., The Ledge, Sometimes they come back, The Mangler, Trucks, Woman in the room, Strawberry Spring, The Boogeyman, Last Rung on the Ladder, The man who loved flowers, Battlefield, I know what you need, Lawnmowerman en Nightsurf
 

Voor bestellen Bruna en/of ECI
klik je hier!
Via een sponsorprogramma dat we bij deze winkels hebben, krijgen wij een percentage van alle verkopen. En niet alleen van Stephen King gerelateerde zaken!

 
 
 
Korte samenvatting van het boek:
In de Satanskinderen zijn de meest angstaanjagende verhalen van Stephen King verzameld. Alle dragen ze het onmiskenbare stempel van 'de master of horror': alledaagse situaties veranderen plotseling in onheilspellende nachtmerries. De decors zijn vertrouwd: een school, een fabriek, een wegrestaurant, een wasserij, een maïsveld. Maar in de wasserij staat een gigantische strijkmachine die altijd trouw gefunctioneerd heeft... tot hij de smaak van menselijk bloed te pakken heeft. En in de kelder van een verlaten fabriek heersen duistere krachten die onnatuurlijke vormen kunnen aannemen. In het verhaal de Satanskinderen staat een groep fanatieke religieuze kinderen centraal die een waar schrikbewind uitoefenen op hun omgeving. Naar dit verhaal werd een beklemmende film gemaakt.
 
Informatie over diverse uitgaven:
Voor Kings Things lezers zijn verschillende uitgaven van De Satanskinderen besproken in de rubriek 'Uitgelicht' in Kings Things.

De Satanskinderen/De Maïskinderen is ook opgenomen in De Laatste Laddersport en een verhalenbundel
Ratten kun je ook lezen in Trucks
De boeman is ook terug te vinden in Trucks
Doodtij is ook gepubliceerd in Trucks
De rozige lente is ook opgenomen in De Laatste Laddersport
De richel vind je ook in De Laatste Laddersport
De patiënte van kamer 312 is ook terug te vinden in De Laatste Laddersport
Een afzakkertje vind je ook terug in Bezeten Stad en De Laatste Laddersport
Twee maal twee is vier is ook gepubliceerd in Trucks
Soms keren ze terug is ook opgenomen in Trucks
De mangel vind je ook terug in Trucks
Ik ben de toegang kun je ook lezen in Trucks
Pastorale is ook gepubliceerd in De Laatste Laddersport
Afspraak met Norma vind je ook in De Laatste Laddersport

Vanaf de 5e (herziene) druk zijn ook de volgende verhalen opgenomen:
Jerusalem’s Lot vind je ook in Bezeten Stad en Trucks
Slagveld is ook opgenomen in Trucks
Trucks is ook uitgegeven in een boekje met dezelfde titel en Ik weet wat je wilt
Stop ermee B.V. kun je ook lezen in Ik weet wat je wilt, De Laatste Laddersport en een verhalenbundel.
Ik weet wat je wilt is ook te lezen in Ik weet wat je wilt en De Laatste Laddersport
De laatste laddersport is ook gepubliceerd in een boekje met dezelfde titel en in De Laatste Laddersport
 
Uitgegeven met de volgende logo's op de rug: (zie de uitleg)
 
 
Het begin van het verhaal gaat als volgt:
Voorwoord
Ik wil eens met u praten. Ik wil eens met u praten over angst. Er is geen mens thuis terwijl ik dit schrijf; buiten valt een kille februariregen. Het is donker. Soms, wanneer de wind zo hard waait als hij nu doet, valt de stroom uit. Maar voorlopig is die er nog, en daarom wil ik eens heel oprecht met u over angst praten. Ik wil heel verstandelijk praten over het reizen naar de rand van de waanzin... en misschien over die grens heen. Mijn naam is Stephen King. Ik ben een volwassen man met een vrouw en drie kinderen. Ik houd van hen en ik geloof dat dat gevoel wederkerig is. Ik ben schrijver en dat is een beroep dat me erg goed bevalt <...> Maar toch...ik wil eens met u over angst praten. We gaan niet tegen elkaar schreeuwen en niet gillen; we gaan verstandelijk praten, u en ik. We gaan praten over de manier waarop de normale structuur van dingen soms zo maar, en zo plotseling dat je ervan schrikt, uiteen kan vallen.

De Satanskinderen 
Burt en Vicky Robeson rijden van Boston naar Californië, in een soort van wanhoopspoging om hun huwelijk te redden. Terwijl ze langs de verlaten velden van Nebraska rijden, beginnen ze ruzie te maken. Burt raakt in de war en overrijdt een jongen. Als ze het lijk onderzoeken, bemerken ze dat de keel van de jongen is overgesneden. Ze rijden naar het dorpje Gatlin, om de dood te melden, maar het dorpje blijkt verlaten. Burt vindt enkele aanwijzingen en zonder het te beseffen raken ze verstrikt in een web van waanzin.

Ratten 
Hall werkt in een fabriek, die verdorven is van de ratten. Op een dag vraagt zijn ploegbaas hem of hij niet mee de kelders - waar veertien jaar niemand is geweest - wil schoonmaken. Hij aanvaardt de job, omdat hij het geld nodig heeft. Als ze in de kelders afdalen, blijken er nog meer ratten te zitten. Hall en de ploegbaas ontdekken een geheime gang naar een plaats onder de kelders. Ze dalen in de diepte af en ontdekken de ultieme horror: een hele onderwereld vol gemuteerde ratten en vleermuizen. Op zoek naar de uitgang komen ze oog in oog te staan met hun magna mater, hun koningin.

De boeman 
De boeman is de belangrijkste sleutel in de verhalen van Stephen King: misschien, als je lang genoeg aan iets denkt, en erin gelooft, wordt het echt. Lester Billings vertelt zijn verhaal aan Dr. Harper, een psychiater. Hij beweert dat hij zijn kinderen heeft vermoord, omdat hij altijd de deur van hun kast liet open staan. In die kast leeft de boeman, die kinderen vermoordt. Op het einde van het verhaal heeft Billings duidelijk gemaakt dat de boeman een stukje van hemzelf is.

Doodtij
Dit verhaal geldt als een proloog tot The Stand. King laat ons voor een eerste keer kennismaken met de supergriep "Captain Trips" (hier ook "A6" genoemd) die in The Stand 99,9 procent van de wereldbevolking zal uitmoorden. Een groep teenagers wacht op het strand van Zuid-Maine hun dood af. Bernie, de verteller, zegt hoe de teenagers een zieke man, Alvin Sackeim, offeren en hopen op beterschap, over hoe één van de jongens besmet is geraakt. Maar hij heeft het vooral over zichzelf en zijn verloren jeugd. De herziene versie, waar de bron van de supergriep in Zuidoost-Azië gesitueerd wordt, vertoont overeenkomsten met Children of the Corn.

De rozige lente
In maart 1968 heerst een rozige lente, de benaming voor een "valse" lente, die aankondigt dat het ergste van de winter eigenlijk nog moet komen. Op de campus van de New Sharon Teacher's College brengen de mistige nachten van de rozige lente horror met zich mee: een moordenaar, die door de pers "Jack met de verende voeten" wordt genoemd, brengt vier meisje met een mes om het leven. Als de rozige lente voorbij waait, verdwijnt ook de moordenaar. Het hele voorval lijkt voor de ik-verteller vergeten, totdat hij acht jaar later - hij is getrouwd en heeft een zoon - tijdens een rozige lente in de krant leest dat er weer een meisje is vermoord op de New Sharon Teacher's College.

De richel 
De rijke zakenman Cressner betrapt Norris, een tennisprof, met zijn vrouw Marcia. Op zijn 43 verdiepingen hoog appartement stelt hij hem voor de ultieme uitdaging. Als hij op de dertien centimeter brede richel rondom het gebouw loopt, krijgt hij zijn vrijheid, twintigduizend dollar en Cressners vrouw. Norris heeft geen keuze: Cressner heeft drugs in zijn auto laten plaatsen en een telefoontje naar de politie betekent voor Norris een levenslange gevangenisstraf. Norris overleeft de tocht, ondanks de harde wind, de duiven en enkele beproevingen waarop Cressner hem vergast. Terug in het appartement vertelt Cressner dat Marcia eigenlijk al dood is. In razernij ontvlamd, weet Norris hem de overmeesteren en grijpt zijn pistool. Hij stelt hem voor een uitdaging: zijn leven of de richel.

De patiënte van kamer 312
Johnny's moeder is stervende aan kanker in het Central Maine Hospital in Lewiston. Johnny vindt dat hij maar één keuze heeft: zijn moeder uit haar lijden verlossen. Hij beseft dat het moord is, maar weet dat de Ander haar ook aan het vermoorden is, op een pijnlijke en langzame manier. Zijn moeder is bij bewustzijn als hij haar de pillen geeft en ze slikt ze, zonder protest. Hij kust haar en verlaat de kamer.

Een afzakkertje
Er raast een verschrikkelijke sneeuwstorm door Maine. In Tookey's Bar serveert eigenaar Herb Tooklander zijn enige klant, Booth, een laatste drankje - een afzakkertje. Op dat moment komt er een man binnengestormd, die beweert dat hij zes kilometer verderop van de weg is geraakt. Hij heeft de hele weg te voet afgelegd, terwijl zijn vrouw en dochtertje in de wagen bleven wachten. Herb en Booth worden door angst bevangen als ze vernemen dat hij van de baan is geraakt op weg naar 'salem's Lot. Ze gaan op zoek naar de wagen en hun vermoeden wordt bevestigd: hij is leeg. Wat je ook doet, besluit het verhaal, sla niet de weg in naar Jerusalem's Lot. Zeker niet als het donker is.

Twee maal twee is vier
Richie Grenadine lust er wel eentje. Zijn vrienden van Henry's Nite-Owl vinden het dan ook raar dat hun maat al zolang niet meer op café komt. Het is Richies zoontje die de blikjes bier komt oppikken. Op een dag, rond Halloween, komt die met een eigenaardig verhaal. Hij vertelt dat zijn vader een vervallen blikje bier had opgedronken en dat hij zich sindsdien eigenaardig was beginnen te gedragen. Hij schermde zich af voor licht, bleef hele dagen in bed, maar hij bleef drinken van het bier. De vrienden besluiten de man op te zoeken en aangekomen in het appartement vinden ze een grijze substantie. Het ding begint zich op te splitsen: twee keer twee is vier, vier keer twee is acht, acht keer twee is zestien, zestien keer twee is...

Soms keren ze terug
Jim Norman begint met twijfel aan zijn job als leraar Engels. Hij wordt 's nachts geplaagd door dromen over het overlijden van zijn oudere broer, zestien jaar geleden. Zijn broer is door drie teenagers neergestoken en vermoord. In de klas waar hij les geeft, wordt zijn ergste nachtmerrie werkelijkheid. Drie leerlingen verdwijnen op mysterieuze wijze en worden vervangen door de teenagers die zestien jaar geleden verantwoordelijk waren voor de dood van zijn broer. Als ook zijn vrouw gedood wordt, neemt hij het heft in eigen handen. In een donkere nacht keert hij naar de school terug en roept de geest van zijn broer op om voorgoed met de teenagers af te rekenen.

De mangel: 
Een op hol geslagen wasmachine zaait dood en verderf in een wasserij. Politieman John Hunton wil er het fijne van weten, en ontdekt dat de problemen begonnen zijn toen een jonge maagd haar hand sneed aan de machine. Samen met een Engelse professor, die geïnteresseerd is in het bovennatuurlijke, komt hij tot de ontdekking dat de machine beheerst moet worden door één of andere demon. Hun exorcisme mislukt; ze worden beiden vermoord en dan weet de machine zich uit de draden los te wrikken en gaat de straat op, zoekend naar nieuwe prooien.

Ik ben de toegang: 
Een ruimte-experiment naar Venus eindigt in een ramp, wanneer het bemande ruimteveer in de oceaan crasht. Eén inzittende is dood, de andere - verhaalverteller Arthur - is gedeeltelijk verlamd. Arthur besluit te gaan wonen in Key Caroline, aan Cape Kennedy. Na vijf jaar beginnen zijn handen en vingers te jeuken en Arthur ontdekt iets vreselijks: door de spleten in de huid van zijn vingers bevinden zich ogen, waar hij door kan kijken. Hij vertelt het verhaal aan zijn vriend Richard en denkt dat hij de toegang is tot de wereld van buitenaardse wezens en dat hij door de ogen ertoe gedwongen werd een jongetje te vermoorden. Richard gelooft hem niet en het wezen in Arthur kan niet anders dan hem vermoorden. Ten einde raad steekt Arthur zijn handen in het vuur. Hij amputeert de handen en daarmee zijn ook de ogen verdwenen. Maar zeven jaar later, zijn ze terug. Op zijn borst zit een volmaakte kring van twaalf gouden ogen.

Pastorale (beter bekend als Lawnmower man) 
Harold Parkettes gazon moet dringend gemaaid worden. Hij doet een beroep op "Pastorale Groenvoorziening en Buitendiensten". Een vette, rosse lawnboy komt met een indrukwekkende grasmachine, die automatisch het gras begint te maaien. De lawnboy loopt er naakt achter en eet het pas gemaaide gras op. Als Harold Parkette protesteert, vertelt de man dat hij werkt voor Pan, een Griekse God van de vruchtbaarheid. Harold rent het huis in en belt de politie. De grasmachineman achtervolgt hem echter door het huis en als de politie uiteindelijk aankomt, is Harold al geofferd.

Afspraak met Norma: 
Een knappe jonge man wandelt doorheen New York City op een zachte en mooie avond in mei. Hij wandelt voorbij een bloemenstand en koopt een boeket bloemen. Als hij verder wandelt, lijkt iedereen te bemerken hoe verliefd hij is. In een donker steegje ontmoet hij een meisje. Hij roept haar - "Norma" - maar zij zegt dat het een vergissing is, dat zij niet Norma heet. Als hij haar de bloemen overhandigt, bemerkt hij inderdaad dat zij Norma niet is, niet kàn zijn want ze is al tien jaar dood. Een vrouw ziet hem en denkt: als er iets mooier is dan lente, is het jonge liefde.

Vanaf de 5e (herziene) druk zijn ook onderstaande verhalen terug te vinden.

Jeruzalem's lot
Beste Bones, 2 oktober 1850
Wat was het goed de kille, tochtige gang hier in Chapelwaite binnen te stappen, terwijl al mijn botten pijn deden van die afschuwelijke koets, en ik mijn gezwollen blaas direct moest verlichten - en op dat afzichtelijke kersenhouten tafeltje naast de deur een brief te zien staan, geadresseerd in die onnavolgbare krabbelpoot van jou! Je kunt ervan verzekerd zijn dat ik begonnen ben die te ontcijferen zodra de lichamelijke behoeften waren vervuld (in een kil vormelijk ingerichte wc beneden, waar ik mijn adem voor mijn ogen kon zien opstijgen).
Slagveld
John Renshaw, een doorwinterde huurmoordenaar, keert terug naar zijn appartement, nadat hij Hans Morris, stichter en eigenaar van de Morris Toy Company heeft vermoord. Hij krijgt van een bediende een pakje in de handen gestopt, afkomstig van Morris' vrouw. De doos bevat een "G.I. Joe Vietnam Footlocker", gebouwd door de Morris Toy Company, met kleine soldaatjes, helicopters en jeeps. Als hij de doos opent, komt het speelgoed tot leven en zijn appartement verandert in de kortste keren in een slagveld.

Trucks
Onbemande trucks bedreigen een wegrestaurant. Ze worden aangedreven door een soort van bovennatuurlijke kracht en gelden als voorlopers van de Plymouth in Christine. De trucks bevelen de klanten van het wegrestaurant om hen telkens opnieuw van benzine te voorzien. In de eindscène van dit anti-utopische verhaal schildert King een oneindig lange snelweg, gevuld met ontelbare trucks die als hongerige beesten langs het restaurant en de benzinepomp rijden. Maar het zijn machines, denkt de verteller. Wat er dan ook met hen gebeurd mag zijn, wat voor gezamenlijk bewustzijn we hun dan ook gegeven kunnen hebben, ze kunnen zich niet vermenigvuldigen.

Stop ermee BV
Dick Morisson is een kettingroker en hij wil er zo vlug mogelijk mee stoppen. Op een luchthaven ontmoet hij een oude vriend, Jimmy McCann die hem aanraadt eens langs te lopen bij de Stop ermee B.V. De leuze van de Stop ermee B.V. is simpel: pragmatische problemen moeten op pragmatische wijze worden opgelost. Vanaf het moment dat Morisson het contract ondertekent, wordt hij onder permanente bewaking gezet. Elke overtreding op het contract wordt op macabere wijze bestraft.

Ik weet wat je wilt
Op een avond zit de universiteitsstudente Elizabeth Rogan te studeren in de Student Union. Een vreemde jongeman komt op haar afgestapt en zegt: "Ik weet wat je wil." Hij stelt zich voor als Ed Hamner en weet inderdaad dat Elizabeth aan een ijshoorn zat te denken. Ze worden goede vrienden en als Elizabeths lief vermoord wordt, is Ed Hamner daar om haar leed te verzachten. Elizabeths rijke slaapkameraad betrapt Ed op allerlei leugens en huurt een privé-detective in om zijn verleden na te trekken: hij blijkt niet de man te zijn voor wie hij zich uitgeeft.

De laatste laddersport 
Dit verhaal vertelt de jeugd van Larry en Kitty, die opgroeien op een boerderij in Nebraska. Als hun vader weg is spelen ze een spelletje: ze klimmen op een hoge ladder en duiken dan in een stapel hooi. Op een dag begeeft de ladder het en Kitty bengelt hulpeloos aan een laddersport. Larry bouwt onder haar een stroberg en als ze valt, breek ze alleen maar een been. Jaren later hebben de wegen van Larry en Kitty zich gescheiden. Larry krijgt brieven van Kitty, die een miserabel leven leidt als callgirl in Los Angeles. Ze is de wanhoop nabij en vraagt of haar broer naar L.A. wil komen. Larry heeft het veel te druk met zijn carrière als advocaat. Haar laatste brief komt te laat. Kitty is van een flatgebouw gesprongen. "Zij was diegene die dacht dat er altijd stro zou zijn," vertelt hij.

 
Overige informatie:
Bij het verhaal 'Ratten': Tijdens zijn universiteitsjaren werkte King in de zomer in een textielfabriek en dat was de inspiratie voor dit verhaal.
Bij het verhaal 'De Rozige Lente': Het verhaal doet de ronde dat King de eerste versie van dit verhaal in anderhalf uur schreef, op de achterkant van servetten, in de eetzaal van de universiteit terwijl hij hevige hoofdpijn had.
Patiënte van kamer 312 is één van de meest emotionele en persoonlijke verhalen van Stephen King. Zijn moeder overleed in 1974 zelf aan kanker.
Pastorale: Een door Walter Simonson geïllustreerde versie verscheen in 1981 in Bizarre Adventures.
Jerusalem's Lot: King schreef dit verhaal in 1967, toen hij op school de opdracht kreeg een gotisch verhaal te schrijven. King kreeg een A voor het verhaal, maar vond het zelf nooit goed. Het is op te vatten als een proloog van de roman 'Salem's Lot. Het vertoont trekken van H.P. Lovecrafts The Rats in the Walls en Bram Stokers Dracula.
 
Aan het boek gerelateerde websites:
 
 
Het boek/verhaal is uitgegeven met de volgende covers:
90-204-0997-2
Veen
90-245-1541-6
Luitingh
90-245-1794-X
Luitingh herz. 5e
90-245-2676-0
Poema
90-245-4362-2
9789024543625
Poema
 
           
 

Stephen King Fanclub Nederland