Introductie | Het boek | Van boek naar film | De film | Filmcast
Filmmuziek | Galerij | Filmquotes | Op media | Feiten en foutjes | Remake

Richard Rubinstein (producer) en George Romero (director) kregen het tijdens een bezoekje aan Stephen King voor elkaar om de filmrechten voor The Stand te krijgen.  Richard en George hadden toen al het bedrijf Laurel Entertainment opgericht, en stelden snel de filmrechten veilig.
Ook toen George later het bedrijf verliet, bleef het verfilmen van The Stand in Richard’s hoofd rondspelen.

In eerste instantie had Warner Brothers zijn interesse uitgesproken om het boek te gaan verfilmen, en zochten iemand om het script voor een twee uur durende film te maken.

Natuurlijk vroegen ze Stephen King om dit script zelf te maken, en hij schreef een 400 pagina lang script voor zes uur verfilming. En hij gaf aan dat de enige manier om het verhaal in een film te krijgen was om er twee films van drie uur van te maken. Het eerste deel zou dan over de epidemie gaan, en het tweede deel over de strijd tussen goed en kwaad: Randall Flagg tegen Moeder Abigail. Beide films zouden tegelijkertijd in productie worden genomen, en met drie maanden ertussen worden uitgebracht.

Maar toch koos men voor een featurefilm. King schreef vijf scripts hiervoor, en schoof het uiteindelijk van zijn bureau. Hij belde Richard en zei: ’Je wilt het? Je hebt het! Zoek iemand om deze rommel bij elkaar te brengen. Ik ben te betrokken en mij lukt het niet.’ Ook vertelde hij Richard dat de fans alleen tevreden zouden zijn als alles op zijn plaats viel, en goed samenwerkte met het script, de cast en de regie.

Toen het idee van een feature film niet voor elkaar kwam bij Warner Brothers, bedacht King om de film als miniserie voor televisie te verfilmen. Opnieuw ontmoette hij George Romero. Samen kwamen ze tot de afspraak dat King nogmaals een andere versie zou schrijven, want het originele script was maar half zo lang als het boek.

In 1984 liet Stephen King het hele idee om The Stand te verfilmen maar varen. ‘Het is net alsof je op een koffer zit, en alles moet zo geregeld worden dat het erin past. Tijd is de meester van alles’ En nog steeds kon de film niet gemaakt worden, zelfs niet met steun van Warner’s en de interesse van Robert Duvall om Randall Flagg te spelen.
George Romero legde uit: ‘Het is te duur, het moet een lange film zijn en het heeft een hoop problemen. Het is geen verhaal dat je in twee zinnen kunt uitleggen. Steve heeft een mooi screenplay geschreven, maar het was rond 170 pagina’s lang, en natuurlijk wilde niemand het lezen.’

Rubinstein hield echter vol, en wilde er een featurefilm van maken. ‘Veel mensen hebben ons al benaderd om van The Stand een miniserie te maken. Maar de televisiezenders wilden het einde van de wereld niet laten zien, zeker niet in primetime. Niemand wil adverteren tijdens zo’n film. Lange tijd was ik voorstander om het in twee delen te maken, maar uiteindelijk hebben we besloten om toch voor de hele lange feature film te gaan.’

Stephen King liet het project op een laag pitje staan, terwijl hij verder werkte aan andere projecten. Eerst Pet Sematary, en het succes hiermee zag King als een opwarmertje voor The Stand. Het contract voor de lange featurefilm van The Stand werd echter al gesloten voordat Pet Sematary in de bioscoop kwam. Ze wilden $30.000 betalen als King het hun voorstel in behandeling zou nemen, en dat was een teken dat ze er erg serieus over waren.

Rospo Pallenberg werd ingehuurd om zijn eigen script te schrijven, zonder input van King’s eerdere versies. Hij werd aangenomen omdat hij het meeste grip leek te hebben om de problemen van het omzetten van het boek naar film de baas te kunnen. Hij was een Stephen King fan, en kende het boek, en dat hielp. Pallenberg legt uit:’ In denk dat het in 1982 of 81 moet zijn geweest toen ik The Stand las, en bedacht dat het materiaal was om een uitstekende film van te maken. Nadat ik het uit had vertelde ik zelfs Dino De Laurentiis over, met wie ik toen samenwerkte. Maar daar kwam niets uit. Toen werd ik door Warner Brothers benaderd, en ik was aangenaam verrast. Ik vond dat de meeste King boeken slecht verfilmd waren. Persoonlijk vond ik The Stand al leuk toen ik hem las, zonder dat iemand me gevraagd had naar het potentieel er een film van te maken. En dat had het zeker.’

Hij  nam een diepe zucht en ging aan de slag. Hij maakte enkele kleine wijzigingen ten opzichte van het boek, om het verhaal ook op het witte doek te laten werken. Ook Pallenberg bedacht dat het als televisieserie verfilmd zou kunnen worden, maar ging toch voor de feature film. En het werd een succes: Pallenberg was blij, Warner Brothers was blij en Stephen King was blij. Pallenberg had de beslissingen gemaakt die nodig waren om het in een behandelbaar script om te zetten. Eindelijk, na tien jaar, konden ze de puntjes op de i gaan zetten.

Maar ook dat werd een hel, toen Warner Brothers koude voeten kreeg en zich terug trok uit het project. Rubinstein kon weer opnieuw op zoek naar iemand voor de distributie. En het kwam van een plaats waar hij het niet van verwacht had. Na hun succes met “IT” zocht ABC naar andere King adapties die verfilmd konden worden voor televisie. ABC kocht naast The Stand ook Tommyknockers.

Ze hadden de keus: Of een miniserie maken, of helemaal geen film maken, of nog eens tien jaar zoeken naar financiering. Stephen King vond het geweldig: ‘ABC zei dat ik vijf en half uur had, dus ik sprong erin als een hongerige wolf.’
Pallenberg’s dure script werd weggeborgen, en Steve moest opnieuw aan de slag. Veel mensen waren teleurgesteld toen Mick Garris werd aangenomen. De meeste fans vonden George Romero de enige beste keus voor director.
Desondanks werd ook Romero genoemd als director in de media, maar die geruchten waren niet waar. Natuurlijk hadden ze de rechten op het boek, maar dat wilde niet zeggen dat men ook director zou zijn. Toen Romero een kopie kreeg van The Stand  tijdens dat eerste bezoek had King erop geschreven “Misschien kunnen we op een goede dag samenwerken, en misschien met dit boek.”  Sindsdien dacht Romero dat het beleefd zou zijn als hij The Stand zou regisseren. Hij hield van het verhaal, maar het was allemaal erg moeilijk geworden. Niemand wilde zeggen waarom Romero de baan niet had gekregen. Men refereerde alleen naar ‘beschikbaarheidsconflicten’, dezelfde reden die Romero had om Pet Sematary niet te kunnen verfilmen.

Maar uiteindelijk, in 1993, ging The Stand in productie met Mick Garris als regisseur. In het begin gingen veel fans over hun nek bij de gedachte dat Rob Lowe de rol van Nick Andros, en Molly Ringwald de rol van Fran Goldsmith zouden spelen.
Uiteindelijk kwam alles dan bij elkaar, op de juiste tijd en op de juiste manier…